Op de hoogte

E-mail nieuwsbrief

Home

Het Diakonessenhuis van start met MijnCOPDcoach van Sananet

12 feb

Met gezonde scepsis, maar vooral vol verwachtingen en enthousiasme start het Diakonessenhuis in Utrecht deze maand met ‘MijnCOPDcoach’ van Sananet. Dit e-health programma, gebaseerd op zelfmanagement, moet leiden tot goedkopere zorg door een substantiële vermindering van (her)opnamen, fysieke contactmomenten en polibezoeken van een geselecteerde groep COPD-patiënten. Maar bovenal moet de patiënt er baat bij hebben. Het platform is bestemd voor zowel patiënten als zorgverleners.

MijnCOPDcoach maakt onderdeel uit van het SananetOnline platform, wat bestaat uit de SananetOnline monitor en een aantal online begeleidingsprogramma’s, waaronder MijnCOPDcoach. De patiënt heeft toegang tot MijnCOPDcoach, de zorgverlener gebruikt de SananetOnline monitor voor het begeleiden en informeren van en het communiceren met patiënten. ,,We zijn een middelgroot algemeen ziekenhuis en we doen hier veel COPD-zorg’’, zegt longarts Jesse Drijkoningen. ,,We volgen daarom e-health ontwikkelingen op de voet, omdat we mee willen gaan met innovatie en zoveel mogelijk verschillende behandelopties willen aanbieden aan onze COPD-patiënten.’’

Inhoud en visie

Eind 2017 is het balletje bij het Diakonessenhuis gaan rollen en passeerden diverse e-health aanbieders de revue. ,,We hebben uiteindelijk op medisch inhoudelijk gronden de keuze gemaakt voor Sananet, wiens programma naar ons idee de meeste inhoud en visie heeft. Onderscheidend in MijnCOPDcoach zijn de zogenaamde kenniskuren. Patiënten kunnen daarmee veel doen aan zelfmanagement. Maar doorslaggevend is geweest, het feit dat er binnen Sananet eveneens voor andere ziekten coachprogramma’s zijn. Dat vind ik een mooie visie, want daar is de patiënt het meest bij gebaat. Niet in hokjes denken, maar vanuit de klacht. Dus één programma voor meerdere ziektegroepen, met het coachprincipe als algemene deler. Wellicht kunnen we bestaande e-health toepassingen met elkaar koppelen. Dat is wel een interessante gedachte.’’

Niet in hokjes denken, maar vanuit de klacht. Dus één programma voor meerdere ziektegroepen, met het coachprincipe als algemene deler.

Jesse Drijkoningen

Verwachtingen

Drijkoningen is benieuwd wat het e-health programma met de groep COPD-patiënten gaat doen. ,,Sananet baseert veel van de successen op hun grootste studie, namelijk met IBD-patiënten, ofwel mensen met chronische darmziekten. In deze populatie werkt de MijnIBDcoach bijzonder goed bij het overgrote deel van de patiënten en daar baseert Sananet voor een groot deel ook hun COPD-verwachtingen op. Maar de groepen zijn moeilijk met elkaar te vergelijken. Het zijn totaal verschillende populaties, waarbij bijvoorbeeld veel COPD-patiënten het juist fijn vinden om naar het ziekenhuis te komen en gecontroleerd te worden. Ik denk dat het programma uiteindelijk slechts bij een minderheid echt zal leiden tot een verbetering van de zorg. We zien het daarom vooralsnog additief in het behandelarsenaal en houden rekening met een lagere score van 30 tot 40 procent. Er zit dus wel een discrepantie tussen ons gevoel en wat Sananet veronderstelt. Daarom gaan we het proces nauwkeurig monitoren en meten, zodat we na een jaar kunnen zien wat het echte resultaat is. Dat is voor ons van belang om goed te kunnen beslissen er uiteindelijk wel of niet mee door te gaan, want kosten spelen ook een rol. Maar er zijn natuurlijk nog andere voordelen die tellen. Zo hebben we de eerstelijn nadrukkelijk meegenomen in dit traject met als doel de zorg te ontschotten. Huisartsen zijn gemotiveerd en implementeren dit programma daarom in hun praktijk. We kunnen samen kijken naar patiënten en dat kan leiden tot substitutie, ofwel de juiste zorg op de juiste plek.’’ 

100 plekken

MijnCOPDcoach is inmiddels geïmplementeerd en begin februari is de eerste kick-off training voor zorgverleners. Daarna worden de patiënten in het programma ingevoerd. ,,We hebben in deze fase 75 tot 100 plekken in het systeem aangeschaft. De eerste 30 deelnemers zijn al bekend. Het gaat om mensen met een hoge ziektelast die gemotiveerd zijn om hiermee aan de slag te gaan. We proeven wel dat de longverpleegkundigen er tegenop zien. Die verwachten dat patiënten veel meer vragen gaan stellen. Het levert initieel meer werk op, maar dat moet aan de andere kant ruimte creëren. ‘t Zal deels ook een kwestie worden van opvoeden.’’