Op de hoogte

E-mail nieuwsbrief

Home

‘Doel van eHealth moet zijn: betere zorg en lagere werkdruk’

13 dec

Begin november werd de zevende editie van de eHealth-monitor gepresenteerd. Dit gezamenlijke rapport van Nictiz en het Nivel met als titel ‘Samen aan zet!’ geeft een actuele kijk op de beschikbaarheid en het gebruik van eHealth in Nederland. Hoogleraar Huisartsgeneeskunde en eHealth expert Niels Chavannes geeft speciaal voor de Picasso-nieuwsbrief zijn kijk op het rapport.

Vanaf de eerste brief in 2013 van toenmalig minister Schippers aan de Tweede Kamer lijkt het alsof eHealth een doel op zich is geworden. ,,Dat speelt nog steeds’’, beaamt Chavannes. ,,Maar het echte doel moet natuurlijk zijn dat de zorg beter wordt en zorgverleners niet overspannen raken door een te hoge werkdruk. Het is normaal in de zorg dat het even duurt voordat een nieuwe ontwikkeling volledig is geland, dus verbaast het me niet dat de integratie van eHealth langzaam verloopt. Positief aan het rapport is dat de bereidheid er wel is. Wat echter ontbreekt, is dat zorgverleners daadwerkelijk voelen dat hun werk door eHealth wordt verlicht. Nu moeten ze nog steeds informatie dubbel invoeren of ervaren ze dat werkprocessen onvoldoende op elkaar zijn afgestemd. Een goede integratie van techniek is daarbij een voorwaarde. Systemen en processen moeten naadloos op elkaar aansluiten en de eHealth-oplossingen moeten echt voldoen aan de behoefte van de patiënt.’’

Over de streep

De titel ‘Samen aan zet!’ geeft het gevoel dat er nog veel werk aan de winkel is om eHealth een vaste plek te geven in ons zorgsysteem. ,,Dat klopt. Om zorgverleners over de streep te trekken, moeten we laten zien dat eHealth wel degelijk werkt, doelmatig is en de zorg makkelijker maakt. Dan komt de adoptie van dit soort middelen veel beter op gang’, verwacht Chavannes. ,,Oftewel, aantoonbaar succesvolle voorbeelden zullen de acceptatie van eHealth bevorderen. Neem het voorbeeld van The Box telecardiologie. Daarmee wordt de werkdruk op de poli met 30 procent verminderd. Of de app waarmee mensen die bloedverdunners slikken zelf hun bloedwaarden kunnen meten en dus niet meer naar de trombosedienst hoeven. Of de Smart Inhaler die astmapatiënten complimenten geeft bij de dagelijkse inname van hun medicijnen. Hiermee kan de motivatie om het goed te doen verdubbelen. Dit soort toepassingen helpen ons allemaal, dus die verdienen een podium. Er zijn circa 350.000 health apps en het gros is niet werkzaam en onderzocht. Slechts 10-15 procent zet zoden aan de dijk, de rest kan zo in de prullenbak. Met het National eHealth Living Lab (nell.eu) worden kwaliteit en onzin van elkaar gescheiden, daar is nu het NeLL Compatible label voor. Het kan immers ook verkeerd gaan. Zo was er een app waarmee je je bloeddruk kon meten door je smartphone op je borstbeen te houden Dan heb je het over een groot gezondheidsrisico voor mensen die medicijnen nodig hebben voor hun ernstig verhoogde bloeddruk. Apps als deze hebben ook nog eens tot gevolg dat eHealth imagoschade oploopt. Dat willen en moeten we voorkomen.’’ 

Verwend

Het gemak waarmee eenieder redelijke en nabije zorg kan krijgen in Nederland, werkt een snelle integratie van eHealth soms tegen. ,,Het is de burger vaak niet duidelijk wat hij of zij eraan heeft’’, meent Chavannes. ,,We zijn best verwend met onze zorg, een dokter is immers altijd wel in de buurt. Je moet dus een noodzaak voelen om digitale vormen van zorg te accepteren. Dat zie je vooral ontstaan bij veelgebruikers van zorg. Daar is de bereidheid wel groot, omdat die de impact ervaren van om de haverklap naar een dokter te moeten. Met goede eHealth kun je dat soort bezoekjes uitsparen. Ander voordeel is dat als mensen een hoge ziektelast hebben, ze met eHealth vaker coaching kunnen krijgen. Dan is het een uitbreiding van de service. Je bent vormen van digitale toepassing en bestaande zorg aan het integreren (blended care). Zo’n uitbreiding zie je wel degelijk aanslaan bij mensen die veel last hebben, maar aan de andere kant weer minder aanslaan bij mensen die weinig last hebben. Zo was het beeldbellen en de strikte monitoring voor mensen met hartfalen een doorslaand succes, ook financieel, maar voor COPD was dat helaas minder duidelijk. Bij softwarefabrikanten ontbreekt het nog weleens aan klinische finetuning, en dus zou de integratie van deze twee verschillende werelden veel kunnen opleveren. In ons ziekenhuis doen we dat al wel en het levert een hoger rendement op. Zo kunnen dokters veel leren van persuasive designers, die meester zijn in het spelenderwijs verleiden tot beter gedrag.’’

Betere zorg, lagere werkdruk

Wat Chavannes tot slot nog opvalt, is dat dankzij een verplichting van de overheid tegenwoordig 80 procent van de ziekenhuizen inzage biedt in het patiëntendossier. ,,Seamless communicatie is een vereiste. Laat softwarefabrikanten geen monopolisten zijn, maar ervoor zorgen dat systemen elkaar verstaan. Dan gebeurt er wat. HISsen en ZISsen moeten met elkaar kunnen praten en gelukkig  gebeurt dat nu eindelijk, op projectbasis. Helaas zijn we vanuit de overheid lang te voorzichtig geweest sinds het EPD sneuvelde. Maar laten we die angst opzijzetten en de juiste randvoorwaarden afdwingen voor een betere zorg en verlichting van de werkdruk.’’