Op de hoogte

E-mail nieuwsbrief

Home

Erik Bischoff en Lena Raaijmakers: ‘Ketenzorg kan persoonsgerichter, zorgverleners en patiënten willen graag anders’

27 jan

Ketenzorg in de huidige vorm lijkt zijn langste tijd te hebben gehad. Het biedt te weinig ruimte voor maatwerk, houdt te weinig rekening met de wensen en behoeftes van de patiënt zelf. Ook is het soms inefficiënt. De behoefte aan een nieuwe vorm van chronische zorg groeit. Tenminste, dat is de mening van Erik Bischoff (huis- en kaderarts) en Lena Raaijmakers (arts in opleiding tot huisarts - onderzoeker), respectievelijk projectleider en projectcoördinator van ‘Ketenzorg Ontketend’. Beiden zijn verbonden aan de afdeling Eerstelijnsgeneeskunde van het Radboudumc.

Binnen het project Ketenzorg Ontketend werken mensen met Diabetes Mellitus, COPD en/of hart- en vaatziekten samen met hun zorgverleners, onderzoekers, zorgorganisaties en bedrijven aan een patiëntspecifiek zorgmodel gericht op integrale netwerkzorg in plaats van ketenzorg. Het doel: een brede en domein-overstijgende benadering waarin de mens met al zijn of haar chronische aandoeningen en problemen centraal staat. Want volgens de initiatiefnemers van het project richt ketenzorg zich maar op één ziekte, terwijl veel mensen meerdere chronische aandoeningen en problemen hebben die elkaar kunnen beïnvloeden. Erik Bischoff: ,,Laat ik beginnen met te zeggen dat ketenzorg ons veel heeft gebracht, zoals kwaliteit van zorg door uniformiteit en transparantie. Het is ook niet slecht, maar de laatste jaren neemt de behoefte aan persoonsgerichte zorg toe. En dat is moeilijk in te passen in een afgebakende ziektespecifieke keten met veel registratie en protocollen. Patiënten vinden dat ook, zeker als je er naar doorvraagt. Ik zal niet zeggen dat men ontevreden is, maar de behoefte om meer stil te staan bij wat mensen met een of meerdere chronische aandoeningen nog kunnen en willen bereiken en ze daar bij te begeleiden neemt toe.’’

       Erik Bischoff

Inefficiënt

Naast maatschappelijke ontwikkeling met aandacht voor positieve gezondheid, zelfregie en gezonde leefstijl, ervaart Erik dat ketenzorg bovendien soms inefficiënt is. ,,Ja, dat klopt. Er is best veel overlap tussen de verschillende ketens. Je ziet ook dat patiënten soms meerdere keren naar verschillende praktijkondersteuners moeten, terwijl dat ook in één consult zou kunnen. Op basis van eerdere projecten en de gesprekken die we voerden met patiënten en zorgverleners, is het initiatief ontstaan voor dit onderzoeksproject. Het is complex, dat weet ik. Daarom duurt dit project ook zes jaar. We pakken het stapje voor stapje aan en hebben er vanaf de start de zorgverleners, patiënten en zorgverzekeraars bij betrokken. We volgen ook het MRC-raamwerk (Medical Research Council) voor de ontwikkeling en evaluatie van complexe interventies en gebruiken meerdere werkpakketten en milestones.’’

Hands on

Erik en zijn team focussen zich binnen Ketenzorg Ontketend niet alleen op een nieuw zorgmodel, maar ook op de randvoorwaarden, zoals bekostiging, benodigde ICT en competenties. ,,Persoonsgerichte zorg is lastig. De zorg is protoculair ingericht. Dat moet je loslaten en vraagt om andere competenties. In de eerste fase van het project hebben we daarom, in nauw overleg met onze stakeholders, al goed nagedacht over hoe we de deelnemende zorggroepen zo goed mogelijk kunnen voorbereiden op de verandering van zorg. Door vanaf het begin iedereen te betrekken maken wij de kans op falen kleiner. Want dit wordt niet van achter een bureau bedacht, het is echt hands on. Zo komen we stap voor stap tot een persoonsgericht en integraal zorgprogramma, waarbij de zorg wordt afgestemd op de behoefte van de patiënten. Dus Integraal stilstaan bij alle problemen, het lijf en leven van de patiënt. Want iemand die lekker in zijn vel zit, heeft minder kans op complicaties en daarmee wordt de druk op onze chronische zorg verlaagd.’’

Lena Raaijmakers: ‘Patiënten moeten zich gehoord en gezien voelen en de hulp krijgen die nodig is’

Voor Lena Raaijmakers is Ketenzorg Ontketend haar promotieonderzoek. In haar rol als  projectcoördinator onderhoudt ze contacten met de partners en zorgt ze voor de verbinding met de praktijk. ,,Dit zorgprogramma is gericht op het aanpakken en beoordelen van de integrale gezondheidssituatie van de patiënt. We bekijken mensen vanuit een totaalbeeld. Het gaat om de kwaliteit van leven. Daarom is onze scope niet alleen op de ziekte gericht, maar ook op sociale en emotionele aspecten in het leven van de patiënt. Niet alle problemen kunnen bij de huisarts aan tafel worden opgelost, maar het is wel de plek om het gesprek aan te gaan. Vervolgens is er dan een netwerk van specialisten dat gericht hulp kan bieden. Dus door problemen uitgebreid in kaart te brengen, kunnen we per individu een specifiek behandel- en zorgdoel vaststellen.’’

Vertaalslag

In het afgelopen jaar hebben 58 zorgverleners uit drie zorggroepen meegedacht over het zorgprogramma. Dat waren praktijkondersteuners,  huisartsen, fysiotherapeuten, welzijnsmedewerkers, apothekers en specialisten. Samen met deze groep is een zorgprogramma ontwikkeld en opgeleverd. ,,In april van dit jaar starten we met testen en maken we de vertaalslag van papier naar praktijk’’, vervolgt Lena. ,,Daarbij gaat het om zes praktijken. In een periode van zes tot acht maanden worden patiënten gevolgd. Na die eerste pilot worden de bevindingen en resultaten geëvalueerd en het programma, daar waar nodig, bijgestuurd. De zorggroepen die meedoen, rollen daarna het programma uit in hun regio. Dat zal medio 2022 zijn. Mijn drijfveer is dat er straks over vijf jaar anders wordt omgegaan met ketenzorg. Dat patiënten zich nog meer gehoord en gezien voelen en de hulp krijgen die nodig is, met henzelf in de regie. Kwaliteit van leven is niet alleen maar gestoeld op medische hulp. Het is heel belangrijk om met een ander oog naar de patiënt en zijn aandoeningen te kijken. We willen aan het begin staan van een landelijke ontwikkeling waarbij we elkaar beter weten te vinden door in de eerstelijns zorg breder te kijken naar de hulp die we kunnen bieden. Dat zal de zorg efficiënter en minder kostbaar maken. Want door aan de voorkant betere en gerichtere aandacht te geven, voorkomen we op de lange termijn onnodig ingrijpende en spoedeisende zorg.’’