Op de hoogte

E-mail nieuwsbrief

Home

Docent-Onderzoeker Leslie Michielsen: 
‘Verpleegkundige wil zorgen, maar moet juist zien wat er overall speelt bij de patiënt.’

31 mrt

Leslie Michielsen is Docent-Onderzoeker aan het Lectoraat Organisatie van Zorg en Dienstverlening Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN). Samen met haar collega Miranda Laurant (lector) is ze op zoek naar competenties die nodig zijn bij interprofessioneel en integraal werken in de zorg. Ze doen dit in het kader van het project ‘Ketenzorg Ontketend’ i.s.m. Radboudumc.

Binnen dit project werken mensen met Diabetes Mellitus, COPD en/of hart- en vaatziekten samen met hun zorgverleners, onderzoekers, zorgorganisaties en bedrijven aan een patiëntspecifiek zorgmodel gericht op integrale netwerkzorg in plaats van ketenzorg. Het doel: een brede en domein-overstijgende benadering waarin de mens met al zijn of haar chronische aandoeningen en problemen centraal staat. Projectleider Erik Bischoff (Radboudumc): ‘Persoonsgerichte zorg is lastig. De zorg is protoculair ingericht. Dat moet je loslaten en vraagt om andere competenties.’

Zorgprogramma

Leslie Michielsen: ,,Het doel van ons onderzoek is het maken van een zorgprogramma dat alle aspecten van chronische zorg meeneemt. En dat zorgmedewerkers leren welke competenties daarbij horen. We zijn in het afgelopen jaar gestart met een scoping review om uit bestaande guidelines en wetenschappelijke literatuur te halen welke competenties nodig zijn voor het bieden van persoonsgerichte zorg aan chronische ziekten. Persoonsgerichte zorg vraagt om interprofessionele samenwerking. Er zijn wel wat competenties te vinden, maar het viel ons op dat interprofessionele competenties nog niet heel erg concreet beschreven zijn. Nu moeten we nog best wel veel artikelen lezen, dus feitelijk staan we redelijk aan het begin van het onderzoek. Maar wat we tot nu toe hebben gevonden, zijn competenties die gericht zijn op; communicatie, gezamenlijke besluitvorming en de patiënt als gelijkwaardige partner zien.’’

Persoonsgerichte zorg

De zoektocht moet dus uiteindelijke leiden tot competenties die horen bij interprofessioneel en persoonsgericht werken. ,,Wat daarbij belangrijk is,’’ vervolgt Leslie, ,,is dat bijvoorbeeld een verpleegkundige niet alleen naar de ziekte kijkt, maar een bredere visie ontwikkelt die gericht is op de hele situatie waarin een patiënt zich bevindt. De zogeheten persoonsgerichte zorg. Bij dit beeld past dat de patiënt een partner is en hij of zij niet meer ondergeschikt is aan wat de zorgverlener vindt of denkt. Je betrekt de patiënt bij alle besluiten en kijkt naar wat voor hem of haar belangrijk is. Je stelt gezamenlijk de doelen vast. Het streven moet zijn om iemand een volwaardig leven te laten leiden, ondanks zijn chronische ziekte of ziekten. De interprofessionele samenwerking, vanuit verschillende expertise en gericht op verschillende levensgebieden van de patiënt, is hierin belangrijk. Als we het echt concreet willen omzetten naar competenties voor (toekomstig) zorgpersoneel dan hebben we absoluut vervolgonderzoek nodig. Groter en breder kijken naar de patiënt is nu al wel een onderdeel van het curriculum, maar vooral gebaseerd op wat er nu algemeen bekend is. Het is fijner als we datgene wat we verkondigen kunnen staven en handvatten weten te geven.’’

Nieuwe generatie

De bevindingen uit het onderzoek wil Leslie graag gaan gebruiken in haar onderwijswerk. ,,Zeker’’, dat is voor mij een belangrijke persoonlijke drive om hieraan mee te doen. Bovendien is het zeer relevant voor onze studenten. We werken met de nieuwe generatie zorgmedewerkers en die moeten straks de shift maken in de praktijk, van ziekte naar persoonsgerichte zorg vanuit een breder perspectief. Daar moeten we het onderwijs op aanpassen. Omdat ik naast docent en onderzoeker zelf ook werkzaam ben als verpleegkundig specialist in de eerste lijn, overzie ik het hele spectrum. Dat maakt het voor mij tot een zeer tastbaar onderzoek. Ik visualiseer het vanuit alle invalshoeken. Binnen ons huidige onderwijsmodel is ketenzorg nog de basis. We leiden studenten daarin nog steeds op en confronteren ze met de bestaande zorgpaden. Maar wat ik al zei, sommige nieuwe competenties worden al wel meegenomen. Zo zijn we bezig met hoe je patiëntgericht werkt. Hoe je met iemand in gesprek moet gaan als er sprake is van een of meerdere chronische aandoeningen. En geloof me, dat komt steeds vaker voor. Van onze studenten, die al in de praktijk werkzaam zijn, horen we dat regelmatig terug. Ongeacht de setting waar ze werken, ze zien dat er bij chronische aandoeningen meer komt kijken. Veel studenten denken dat ze al aan ‘shared decision’ doen. Maar als we er dieper op ingaan, zien we dat de verpleegkundige student vooral wil zorgen. Terwijl ze juist moeten leren om te zien wat er overall speelt bij een patiënt. Wanneer je ze daarmee confronteert, is dat dikwijls een eyeopener. Daarom werken we met simulaties om communicatiemomenten na te bootsen. Dan ontdek je dat als gedrag van een patiënt niet strookt met de normen en waarden van de verpleegkundige, het contact vaak minder soepel verloopt. Bijvoorbeeld, iemand die toch wil blijven roken. Welke en wiens belangen wegen dan het zwaarst? Ik vind het waardevol om met studenten, die al in de praktijk werken, te sparren. Dat geeft mooie interacties. Ze leren van elkaar en ik leer weer van hen. Ik zet daarom bij dit onderzoek graag mijn onderwijskundige bril op.’’