Op de hoogte

E-mail nieuwsbrief

Home

Wetenschappelijk onderzoek

Wetenschappelijk onderzoek is de belangrijkste pijler waarop het programma van PICASSO is gebaseerd. Wetenschappelijke onderzoeksprojecten worden door PICASSO ondersteund, zowel financieel als inhoudelijk (begeleiding). Het gemeenschappelijke uitgangspunt van alle kernprojecten is dat zij bijdragen aan (de wetenschappelijke onderbouwing van) het verbeteren van de longzorg.

Knelpuntenanalyse

Op initiatief van PICASSO hebben in 2002 zorgverleners en beleidsmakers zich in zes regionale meetings gebogen over de vraag wat de grootste knelpunten zijn bij de verbetering van de COPD-zorg in Nederland. Inmiddels is deze knelpuntenanalyse twee keer (in 2006 en 2011) geactualiseerd. De knelpuntanalyse beschrijft zo concreet mogelijk wat er allemaal moet gebeuren om optimale multidisciplinaire COPD-zorg vorm te geven. Er is volgens in het PICASSO Kernteam gekeken naar de randvoorwaarden waaraan moet worden voldaan om tot die optimale COPD-zorg te kunnen komen. Er werden niet minder dan 113 randvoorwaarden gedefinieerd en in zes categorieën ondergebracht.

De echte knelpuntanalyse was het voorleggen van deze randvoorwaarden aan ruim honderd COPD-zorgverleners en andere belanghebbenden. De vraag aan hen was aan te geven welke knelpunten de hoogste prioriteit hebben. Op basis daarvan is een top-10 van knelpunten opgesteld. Belangrijke aandachtspunten bleken onder andere het ondersteunen van zelfmanagement, een betere multidisciplinaire samenwerking die wordt gecoördineerd door een centrale zorgverlener en het wegnemen van financiële en organisatorische belemmeringen.

1
Het individueel zorgplan is inzichtelijk voor alle betrokken zorgverleners
2
Aanwezigheid van een regionaal elektronisch patiëntendossier (EPD)
3
Goede afstemming over de zorg voor COPD-patiënt met multimorbiditeit
4
Voldoende kennis en ervaring om spirometrie goed te beoordelen
5
Patiënten beseffen dat een belangrijk deel van hun zorgresultaten afhankelijk is van hun bereidheid om hun leefstijl aan te passen.
6
Patiënten nemen hun klachten over het algemeen serieus
7
Stoppen met roken beleid van diverse zorgverzekeraars is eenduidig
8
Goede samenwerking tussen zorggroep en verzekeraar
9
Vergoeding voor niet-medicamenteuze interventies (b.v. fysiotherapie)
10
Contractering beleid zorgstandaard COPD van diverse zorgverzekeraars is eenduidig

Lopende onderzoeken

Op dit moment werken wij aan de volgende projecten

Afgeronde kernprojecten

  • Geïntegreerd COPD-management

    Universiteit Maastricht

    Promotie Niels Chavannes

    Een vergelijking tussen COPD-patiënten in het Limburgse Simpelveld, die usual care van de huisarts kregen, en patiënten in het buurdorp Bocholtz, waar multidisciplinaire zorg op maat werd gegeven.

    Conclusie: multidisciplinaire zorg en het inzetten van longverpleegkundigen leidt tot betere kwaliteit van leven en betere zorg. Met name het inzetten van fysiotherapeuten kan de conditie aanzienlijk verbeteren en de neerwaartse spiraal van de ziekte doorbreken.

    Artikelen over dit onderzoek staan in onderstaande PICASSO Magazines.

  • Thuisbehandeling van exacerbaties

    Maaslandziekenhuis Sittard

    Frans Sassen

    Onderzoek naar de tevredenheid, de effecten op de gezondheid en de behandelingskosten van patiënten die reguliere zorg in het ziekenhuis kregen en van patiënten die na drie dagen in het ziekenhuis intensief thuis werden begeleid door een transmurale verpleegkundige.

    Patiënten waren meer tevreden met de begeleiding thuis, voornamelijk omdat de patiënt in vertrouwde omgeving kan herstellen. De thuisomgeving kon bovendien worden meegenomen in de behandeling. Behandeling thuis is 33% goedkoper dan volledige behandeling in het ziekenhuis.

  • Niet-medicamenteuze behandeling van COPD (NIMCO)

    Universiteit Maastricht

    Dr. Jean Muris

    Onderzoek naar de haalbaarheid van het opzetten van een niet-medicamenteuze behandeling (multidisciplinaire revalidatie) voor GOLD I en II patiënten. Ten tijde van het onderzoek (in 2005) bood de eerstelijn dergelijke interventies nog niet.

    Tijdens het onderzoek bleek dat veel nieuw-gediagnostiseerde GOLD I en II COPD-patiënten hun ziektelast niet als voldoende ernstig beschouwden om deel te nemen aan een centraal in de regio aangeboden geïntegreerd programma, dat bestond uit motivational

    interviewing, een stoppen-met-roken-interventie, fysiotherapie en voedingsadviezen.

  • Transmurale zorg bij COPD-patiënten die wegens comorbiditeit niet in aanmerking komen voor longrevalidatie

    UMC St Radboud Nijmegen

    Dr. Erik van der Heijden

    Onderzoek naar het effect van intensieve begeleiding door een COPD-verpleegkundige op het aantal klinisch behandelde exacerbaties en de coördinatie van zorg bij patiënten met ernstig COPD.

    De intensieve begeleiding heeft (in deze vorm) niet geleid tot minder exacerbaties of een betere kwaliteit van leven. Gebleken is wel dat de zorg aan deze kwetsbare groep patiënten nog niet goed georganiseerd was, onder andere door een gebrek aan afstemming tussen verschillende zorgaanbieders. Patiënten bleken grote behoefte te hebben aan een luisterend oor, ondersteuning bij exacerbaties en betere zorgcoördinatie.

  • Optimale medicamenteuze behandeling van exacerbaties in de eerstelijn

    AMC

    Promotie Ineke Roede

    Onderzoek naar het effect van het conform richtlijnen behandelen met corticosteroïden en antibiotica in de eerstelijn.

    Huisartsen handelen wat betreft het voorschrijven van corticosteroïden conform de NHG richtlijn. Antibiotica werden vaker voorgeschreven dan volgens de NHG richtlijn te verwachten was. Uit het langere termijn onderzoek (bijna vier jaar) bleek dat het geven van antibiotica naast corticosteroïden ertoe leidt dat de volgende exacerbatie later komt en dat de kans op het krijgen van een volgende exacerbatie kleiner is.

    Artikelen over dit onderzoek staan in onderstaande PICASSO Magazines:

  • Confronting smokers (COSMO)

    Academisch Ziekenhuis Maastricht, Caphri

    Promotie Daniël Kotz

    Onderzoek naar de kosteneffectiviteit van het confronteren van rokers met nog geen vastgestelde COPD-diagnose op het stoppen-met-roken-gedrag.

    Intensieve begeleiding door de huisarts leidt na een jaar tot een stoppercentage van zo'n 11%. Gewone begeleiding (usual care: L-MIS) ruim de helft daarvan. Als rokers bij die intensieve begeleiding geconfronteerd worden met de diagnose COPD leidt dat op korte termijn wel tot een hoger stoppercentage, maar dat effect ebt binnen een jaar weg.

    Artikelen over dit onderzoek staan in onderstaande PICASSO Magazines:

  • Monitoring bij COPD (MONC)

    UMC St Radboud Nijmegen

    Promotie Erik Bischoff

    Onderzoek naar de lange termijn effectiviteit van een intensief zelfmanagementprogramma (Living well with COPD), dat wordt vergeleken met periodieke controles door praktijkondersteuners en met de usual care van veel huisartsen voor de opkomst van de praktijkondersteuners.

    De gevonden verschillen bleken niet statistisch significant. De belangrijkste oorzaak daarvan lijkt te zijn dat het onderzochte zelfmanagementprogramma tijdens het onderzoek niet geïntegreerd was in de dagelijkse huisartsenpraktijk. Erik Bischoff probeert deze integratie nu uit te werken in een ketenzorgproject in de regio Arnhem.

  • Monitoren van patiënten met astma en COPD in de eerstelijn (MONACO)

    UMC St Radboud Nijmegen

    SHL/SODH Etten-Leur

    Promotie Lisette van den Bemt

    Onderzoek naar het effect van monitoring door een astma/COPD-dienst, één van de diagnostisch centra waar veel huisartsen hun longfunctiemetingen aan hebben uitbesteed, op de zorguitkomsten van COPD-patiënten.

    Veel aanbevelingen in de COPD-zorg, zoals het halfjaarlijkse monitoren, zijn niet gebaseerd op wetenschappelijk bewijs, slechts op 'meningen van experts'. In het MONACO-onderzoek bleek dat halfjaarlijkse controles bij een diagnostisch centrum niet leiden tot een betere kwaliteit van leven. De frequentie van de longfunctietesten kan, afhankelijk van de patiënt, in veel gevallen verlaagd worden.

  • Kosteneffectiviteit van het Interdisciplair Community-based COPD Management Programma (INTERCOM)

    Institute for Medical Technology Assessment (IMTA), Erasmus MC

    Prof. dr. Maureen Rutten

    Onderzoek naar de kosteneffectiviteit van intensieve ondersteuningsprogramma's (longrevalidatie in een transmuraal programma) in de eerste en tweede lijn.

    Vergeleken met reguliere zorg laat de INTERCOM-trial significante verbeteringen zien in de SGRQ-score (vragenlijst die de beperkingen meet) en een aantal andere exercise- en dyspnoe-metingen. Er is een acceptabele toename van de kosten.

  • Lifelong kosteneffectiviteit van stoppen-met-roken ondersteuning

    Universiteit Maastricht

    Dr. Lotte Steuten

    Onderzoek naar lifelong kosteneffectiviteit van stoppen-met-roken aanpak door middel van een speciaal hiervoor ontwikkeld rekenmodel, dat gegevens van bestaande onderzoeken (farmacotherapie en gedragsinterventies) combineert en analyseert.

    Stoppen-met-roken interventies (SMR) zijn effectief en mogelijk kostenbesparend.

  • Screening en behandeling op de héle gezondheidstoestand

    Universitair Longcentrum Nijmegen UMC St Radboud

    Prof. dr. Jan Vercoulen

    Onderzoek naar de bijdrage die screening van de gehele gezondheidstoestand heeft op de kwaliteit van leven van COPD-patiënten.

    Door middel van een korte maar krachtige vragenlijst (het Nijmegen Clinical Screening Instrument - NCSI) is de gehele gezondheidstoestand (health status) bij COPD-patiënten gemeten. De resultaten werden zichtbaar gemaakt in een Patiënten Profiel Kaart. Longverpleegkundigen en longartsen kunnen hierdoor patiënten beter motiveren tot gedragsverandering.

  • Gouden en zilveren zorg

  • COPD DOT COM

    Samenvatting

    Het doel van COPDdotCOM was om een prototype systeem te ontwerpen, ontwikkelen en evalueren, dat diseasemanagement voor COPD ondersteunt. Belangrijk hierbij was het vergroten van zelfmanagement van de COPD patiënt door 1) zelfbehandeling van exacerbaties en 2) coaching in het dagelijkse leven om het beweeggedrag te verbeteren. Om de communicatie rondom de zorg te verbeteren, was het doel deze en andere relevante informatie te delen met de betrokken zorgprofessionals.

    Resultaten

    Binnen het COPDdotCOM project is een diseasemanagement systeem ontwikkeld voor COPD, uitgaande van een user-centred design. Hiertoe hebben we scenario’s ontwikkeld op basis van kennis van de gebruikers en huidige (medische) kennis. Van het scenario zijn de functionele eisen geëxtraheerd, is de architectuur ontworpen en het systeem ontwikkeld. De architectuur bestaat uit 3 hoofdcomponenten; het Body Area Network (BAN), de RRD database (R2D2) en een webportal.

    Daarnaast zijn er verschillende onderzoeken binnen het COPDdotCOM project uitgevoerd: Het onderzoek verricht naar het dagelijkse activiteitenpatroon van COPD patiënten laat zien dat het ophogen en afvlakken van het activiteitenpatroon een belangrijk behandeldoel is bij COPD patiënten. Vervolgens is er onderzoek gedaan naar de beste feedbackstrategie middels een literatuuronderzoek en een evaluatiestudie bij 10 COPD patiënten, om dit activiteitenpatroon te kunnen verbeteren. Evaluatie a.d.h.v. semigestructureerde interviews laat zien dat het feedback systeem positief werd ontvangen.In een eerste demonstratiestudie is het COPDdotCOM systeem getest in 6 patiënten waarbij dmv van interviews onderzocht is in hoeverre het systeem acceptabel is voor patiënten en zorgverleners. Het elektronisch dagboek werd ervaren als gemakkelijk in gebruik en met een hoog mogelijk voordeel voor zowel patiënten als professionals. Het gebruik van een webportaal was acceptabel, maar de professionals gaven aan dat dit nog verbeterd kon worden. Voor de activiteitensensor en PDA was de acceptatie bij 2 patiënten niet hoog, vanwege technische problemen. De potentiële acceptatie was echter wel hoog, zeker bij de fysiotherapeuten. Het uiteindelijke diseasemanagement systeem is in een gerandomiseerde gecontroleerde studie geëvalueerd bij 31 COPD patiënten. Het gebruik van de COPDdotCOM applicatie liet een positieve verandering zien in hoeveelheid activiteit en het activiteitenpatroon van patiënten met COPD. In een vervolgproject zal een dergelijk diseasemanagement systeem geïmplementeerd worden in een regionale zorgketen rondom COPD.

    BetrokkenenProf. dr. ir. H.J. Hermens Projectleider en penvoerder, Universiteit Twente
    Klik hier op de link voor het project: COPD dot COM, Enschede zelf in actie met COPD

  • DIS

    Disease management of COPD and information technology to improve patient self management (DIS)

    Maastricht:computergestuurde feedback tussen consulten door.

    Doelstelling

    Verbeteren van zelfmanagement van COPD-patiënten met behulp van informatietechnologie. Onderzoek moet uitsluitsel geven over de haalbaarheid van de nieuwe methode en moet leiden tot suggesties voor toepassing van het adviessysteem in de praktijk. De belangrijkste uitkomstmaten van de studie zijn: (1) mate van zelfmanagement van de patiënt, (2) gebruik van informatietechnologie door de patiënt, (3) consequenties voor de organisatie van de zorg (4) geschatte kosten en opbrengsten bij volledige implementatie.

    Klik hier voor het project DIS.

  • AERIAL

    Project: AERIAL: development and initial evaluation of a Bayesian-network model for assessing individual risk of exacerbation, exacerbation relapse, and exacerbation-related hospital (re-)admission in patients with moderate to very severe COPD.

    De meeste patiënten met chronisch obstructief longlijden (COPD) maken soms plotselinge verslechteringen van hun ziekte door, zogenaamde 'exacerbaties'. Exacerbaties hebben een negatieve invloed op de kwaliteit van leven en het verdere beloop van de COPD. Door een exacerbatie in een vroeg stadium te herkennen kan de patiënt (of diens zorgverlener) eerder de wenselijke actie(s) ondernemen. In dit project ontwikkelden wij een prototype van een slimme 'exacerbatie-monitor', waarmee een COPD-patiënt en diens behandelaar(s) zonodig van dag tot dag het ontstaan, beloop en herstel van exacerbaties kunnen volgen.AERIAL, Nijmegen grip op verslechtering van COPD-klachten. Een computermodel wordt ontwikkeld wat in staat is het individuele risico op een exacerbatie bij patiënten met matig-ernstig tot zeer ernstig COPD in te schatten.

    Doelstelling

    Ontwikkeling van een telezorg softwaresysteem om de impact van acute verslechtering van COPD-klachten te verminderen bij patiënten, hun familie, de gezondheidszorg en de samenleving.

    Klik hier voor het project AERIAL.

  • DIMACODE STUDIE

    Disease management of co-morbid depression (DiMaCoDeA) in primary care patients with type 2 diabetes and/or chronic obstructive pulmonary disease (COPD) and/or Anxiety: a randomised controlled trial

    Diabetes mellitus, Chronisch Obstructief Longlijden (COPD) en Astma zijn chronische en beperkende aandoeningen die wereldwijd steeds vaker voorkomen. Deze chronische aandoeningen worden vaak vergezeld door verschillende andere aandoeningen, zogenaamde co-morbiditeiten. Twee van de meest voorkomende co-morbiditeiten bij deze patiëntenpopulaties zijn angst en depressie. Deze worden echter vaak niet herkend en daarom ook niet behandeld. Is dit wel het geval, dan worden de uitkomsten van de behandeling vaak niet gecontroleerd. Onbehandelde, of niet volledig behandelde angst en depressie kan grote gevolgen hebben voor therapietrouw, gezondheid gerelateerde kosten en kwaliteit van leven.

    Doelstelling

    Vaststellen of een diseasemanagementbenadering van comorbide depressie bij patiënten met diabetes type 2 of COPD in de eerste lijn gunstigere effecten dan de standaard eerstelijnszorg

    Klik hier voor het project DiMaCoDe studie